Klein Duimpje 2012

4 november stadsschouwburg

Er leefde eens een man samen met zijn vrouw en 7 zonen: Benedict, Bernard, Barry, Bas, Bart, Berend en de jongste zoon heette Klein Duimpje. 

Ze waren erg arm en hadden zelfs bijna geen geld meer om brood te kopen. Op een avond, toen de jongens al lagen te slapen, besloten de ouders om de kinderen achter te laten in het bos, in de hoop dat ze dan gevonden zouden worden door iemand die wel voor ze zou kunnen zorgen. Klein Duimpje sliep echter niet en hoorde dit en maakte meteen een plan: Hij zou ’s nachts stiekem kiezelstenen gaan zoeken en deze strooien zodat ze toch de weg terug naar huis zouden vinden. Maar vader betrapte hem tijdens het zoeken, dus moest hij een nieuw plannetje bedenken. En gelukkig was Klein Duimpje erg slim en had hij meteen een ander idee: Hij zou broodkruimels strooien! Zo gezegd, zo gedaan. Maar toen de kinderen waren achtergelaten in het diepst van het bos, kon Klein Duimpje ook de broodkruimels niet meer vinden…De vogels hadden ze opgegeten! En zo gingen de jongens, verdwaald in het bos, op zoek naar hulp. Gelukkig vonden ze een huis en ze klopten aan. Er deed een vrouw open. Zij kon het niet over haar hart verkrijgen om de vermoeide en hongerige jongens weg te sturen. Maar er was wel een probleem: ze was namelijk de vrouw van de reus! Samen met haar zeven dochters verstopte zij de jongens dus in een slaapkamer. Het duurde niet lang voordat de reus thuis kwam! Hij rook vrijwel meteen dat er mensenvlees in huis was! Hij ging als een razende op zoek. Klein Duimpje had weer een heel slim plannetje om de reus te grazen te nemen… Nog net op tijd konden de jongens het huis verlaten, maar wel met de reus achter hen aan! En de reus heeft zevenmijlslaarzen waar hij heel snel, heel ver mee kan lopen. Maar eenmaal diep in het bos had de reus de jongens nog steeds niet gevonden en hij was erg moe geworden. Hij besloot om eerst even te gaan slapen om daarna weer met zijn zevenmijlslaarzen verder te zoeken. De jongens zagen dat de reus lag te slapen en Klein Duimpje zei: ‘Dit is onze kans! 

We moeten zijn laarzen afpakken!’

En zo begonnen de jongens heel voorzichtig zijn laarzen uit te doen. En het lukte!!!! Klein Duimpje had ook gehoord dat de koning een beloning had beloofd aan degene die de zevenmijlslaarzen naar het paleis zou brengen. Dus dat was hun volgende missie. Eenmaal bij het paleis aangekomen, zagen ze dat hun ouders daar ook waren. Zij waren naar de koning gegaan om hulp te vragen. En zo werden ze herenigd en zij leefden allemaal lang en gelukkig, zonder ooit nog één dag honger te hebben!