Doornsroosje

Doornroosje

Heel lang geleden woonden in een land hier ver vandaan een koning en een koningin die heel graag een kindje wilden. Toen dat kindje eindelijk kwam, waren ze zo blij dat ze een groot feest vierden. Ze nodigden ook de twaalf feeën uit het rijk der regenbogen uit die goede dingen konden wensen voor hun kleine meisje Rosalinde. Eigenlijk waren er dertien feeën, maar de koning en de koningin hadden maar twaalf gouden borden. Daarom moest de dertiende fee Corintha thuisblijven.

Het werd een prachtig feest en de feeën wensten voor het kindje alles wat er maar te wensen was. Om de beurt. Maar toen kwam opeens de dertiende fee Corintha binnen. Ze was heel boos dat ze niet was uitgenodigd. Ze kwam zich wreken. Ze riep:” Dit prinsesje zal zich, als ze zestien jaar is, aan een spinnewiel verwonden en sterven!” Daarna liep de boze fee weer weg. Iedereen was vreselijk geschrokken. De twaalfde fee, die nog niet klaar was met wensen, zei: ‘Ik kan de vloek niet ongedaan maken, maar wel een beetje veranderen. Ze zal niet sterven, maar honderd jaar slapen.’ En de koning gebood dat alle spinnewielen in het hele rijk moesten worden verbrand.

Rosalinde groeide op tot een mooi meisje en de dag kwam dat ze zestien jaar werd. Iedereen in het paleis was vrij van zorgen, want in het hele land was geen spinnenwiel meer te vinden, zo dachten zij… Toen iedereen aan het dansen was, kwam er ineens een kat voorbij. Dit was niet zomaar een kat. Het was in werkelijkheid een omgetoverd duiveltje, een helper van de boze fee Corintha. De kat had de opdracht gekregen om prinses Rosalinde mee te lokken naar de torenkamer. En dat lukte! In de torenkamer zat de boze fee Corintha al op haar te wachten. Vermomd als oud vrouwtje zat zij te spinnen op een spinnewiel. “Wat doet u daar?” vroeg de prinses. Rosalinde mocht ook eens proberen om te spinnen en als snel prikte ze zich en viel meteen in een diepe slaap. En de slaap trok door het hele kasteel. Alles en iedereen viel in slaap…

Rond het kasteel groeide een rozenstruik, die zo hoog werd dat het kasteel overwoekerd was. Iedereen in het land kende het verhaal van de mooie slapende Doornroosje. Vaak kwamen er prinsen die het kasteel wilden binnendringen. Maar dan greep de rozenstruik hen vast en konden ze niet meer loskomen. Op een dag kwam er weer een prins naar het kasteel. Net op die dag waren de honderd jaar verstreken. Door de hulp van de feeën kon de prins het kasteel binnendringen. In de torenkamer vond hij Doornroosje. Hij gaf haar een kus. Doornroosje deed haar ogen open en keek in de ogen van de prins. Het was liefde op het eerste gezicht. Samen liepen ze weer naar beneden om ook daar iedereen weer wakker te maken. Natuurlijk trouwde Doornroosje met de prins en leefden ze nog lang en gelukkig!